• slide1
  • slide2
  • slide3
  • slide4
  • slide5

Proeven

Als we iets willen proeven laten we iets in ons mond toe en dan gaan de receptoren in onze smaakpappillen aan het werk. Wel even eerst vermengen met ons speeksel. Smaak zegt ons in eerste instantie eigenlijk of we iets kunnen eten of niet!
We proeven zout, zuur , bitter en zoet. De smaakzin is nauw verbonden met de andere zintuigen. We spreken van de bittere pil, zure mensen, ongezouten kritiek en we bakken zoete broodjes, maar ook spreken we van smakeloze praatjes en zoete kleuren!

Het ‘oog’ wil ook wat als we eten. Zien eten doet eten zegt men wel en inderdaad de sfeer rond de tafel is net zo belangrijk. Als de tafel gezellig gedekt is en het eten ziet er lekker fris en kleurrijk uit, dan zal men meer trek hebben. Ook verrassende kleine hapjes nodigen vaak meer uit om te eten dan een groot ‘vol’ geschept bord.

Om de ondervoeding in de ouderenzorg tegen te gaan kunnen we inspiratie halen uit het verleden. Het bekende ‘borrel’ uurtje bijvoorbeeld. Welke hapjes doen denken aan vroeger? Uit welke cultuur is iemand afkomstig en wat werd daar gegeten?

spacer